RED DE KEER      
<
 

10 mei 2009
Onze vragen n.a.v. de Vlaamse verkiezingen:
Antwoord van Vlaams Belang

 

Geachte,
We hebben uw bericht van 24 april jl. in goede orde ontvangen, waarvoor onze dank.
We hebben ons inderdaad al laten informeren over de problematiek die u aankaart.
Vlaams Belang-gemeenteraadslid in Ranst, René De Belder, kwam over de Keer al uitgebreid tussen in de gemeenteraad en diende tevens een bezwaarschrift in. U zal dit standpunt ongetwijfeld al kennen, toch stuur ik ze u pro memorie nog eens in bijlage (zie hieronder). Ondertussen heeft Gerolf Annemans dit standpunt ook reeds publiekelijk verdedigd in een verkiezingsdebat van 'Red de Voorkempen'. Na 7 juni zal onze nieuwe fractie in het Vlaams parlement uiteraard ook hetzelfde standpunt blijven verdedigen. Ik hoop dat we u daarmee voldoende ingelicht hebben.
Met vriendelijke groeten,
Philippe Van der Sande, politiek secretaris Vlaams Belang Antwerpen

 

Bezwaarschrift Vlaams Belang fractie Ranst “Red de KEER”

Onze fractie is altijd een tegenstander geweest van het bedrijventerrein
te Wommelgem-Ranst.
Het is vanzelfsprekend dat we commentaar hebben op het plan-MER.
De voorstelling van het adviesbureau ARCADIS die het plan kwam voorstellen was lachwekkend, het was een opsomming van algemeenheden, niemand had hier een boodschap aan, en wanneer er vragen werden gesteld door leden van de milieuraad of GECORO-raad, kon 80% van de vragen niet beantwoord worden. We kunnen dus niet spreken van een milieu effecten rapport, omdat de verantwoording van het plan ontoereikend is.
Het document is in tegenspraak met volgende geformuleerde doelstellingen van het RSV:

maximaal beschermen van open ruimte
voorzien in voldoende en kwalitatieve ruimte voor landbouw
vrijwaring en waar mogelijk versterking van nog onbebouwde ruimte (natuur, bos, landbouw)
Gemeenten moeten in hun GRS compenseren. Is er compensatie voor het aan te snijden gebied?.

In het huidige RSV wordt niet vermeld hoe men de behoefte aan 10.000 ha nieuwe bedrijventerreinen heeft berekend. Er wordt verwezen naar de vrijwaring van onze welvaart, naar onze concurrentie positie, naar de tewerkstelling. Een wetenschappelijke benadering zou moeten aanvangen met de actuele inventaris aan gebruikte en nog voorradige bedrijventerreinen en een berekening tonen van de toekomstige behoeften.

Indien men het algemeen aanvaarde principe van duurzaamheid en ecologische voetafdruk zou toepassen op bedrijventerreinen dan zou dit logischerwijze het hergebruik en het hernieuwen van bestaande bedrijventerreinen moeten inhouden. Innovatieve hoog technologische bedrijven vereisen in principe minder ruimte dan de oudere, zware industrie.
Waarom juist zijn nieuwe bedrijfsterreinen nodig? Gaat het om competitiviteit, om efficiëntie of eenvoudigweg schaalvergroting wegens bevolkingstoename of is het een mix en wat zijn de verhoudingen?
De demografische evolutie en hierbij samenhangend de immigratie spelen hierin de grootste rol. Het planbureau verwacht een aangroei van onze bevolking van 20% en een gelijktijdige toename van 50% van het vrachtverkeer. De afhankelijkheid van bevolking en immigratie dient mee in gepronostikeerde behoeften als een beïnvloed bare parameter te worden voorzien.
De toenemende immigratie schept behoefte aan bijkomende tewerkstelling, en de ontwikkeling van tewerkstelling trekt weer nieuwe immigratie aan. Zo belanden we in een eindeloos vicieuze cirkel.
TDL poort versus Seveso bedrijven. In de omschrijving en de verantwoording van het plan is er enkel sprake van de TDL poort (transport, distributie, logistiek) Bij het ruimtelijk veiligheidsrapport is er sprake van Seveso bedrijven en toxische gassen. Vanwaar deze discrepantie?
De vervaldatum (2007) voor het RSV is bereikt. Er moest nu een nieuw structuurplan zijn? De 10.000 ha hadden reeds moeten verwezenlijkt zijn?

De formulering van milieu vereisten voor het plan-MER is fout.
De vereisten op gebied van milieu voor het plan-MER zijn versnipperd en op een ontoelaatbaar vage wijze geformuleerd. Enkele krasse voorbeelden:

De ingrepen moeten zo milieuvriendelijk mogelijk zijn.
De vervuiling van het Albertkanaal moet vermeden of beperkt worden.
Doorgaand vrachtverkeer door de woonkernen sterk verminderen.

Enkele voorbeelden van hoe het wel zou moeten:

Luchtverontreiniging die de gezondheid van de omwonenden kan schaden is uitgesloten.
Seveso bedrijven horen niet thuis in de onmiddellijke omgeving van windafwaarts gelegen woonzones (Oelegem)
Continue lawaaihinder voor omwonenden is uitgesloten.
Massaal sluikverkeer zal verhinderd worden. Verkeer van en naar het bedrijventerrein dient via voorziene ontsluiting en op grotere aftstand via opgelegde hoofdwegen te gebeuren. Bedrijven ondertekenen charter en naleving zal politioneel opgevolgd worden.
De vervuiling van het Albertkanaal is volledig uit te sluiten.
Visuele vervuiling zoals opeengestapelde containers, afgedankt materiaal , stockage van goederen en materiaal zal uitgesloten zijn bij middel van zichtonttrekkende technieken.

Het plan-MER bevat talrijke open gebleven vraagstukken
waarvoor nog geen oplossing is.

Hoe kan men milieueffecten inschatten wanneer de praktische realisatie nog niet gekend is?

E34-E313 kunnen bijkomend verkeer niet aan. Het is nog niet geweten of er een verbreding komt.
De scheiding van lokale verbindingen en de terreinontsluiting is een harde randvoorwaarde maar de uitvoering ligt nog ter studie. Alle voorgestelde alternatieven stellen nieuwe en bijkomende problemen.
Hoe verloopt het transport naar en van de 4 windstreken vanuit Q8 verder? Er wordt niet beschreven hoe men verwacht dat transport van en naar het westen (E17, E34) en het noorden van en naar E19 en A12 en het Zuiden zal verlopen. Sluipverkeer zal ook woonkernen aandoen om de hoofdwegen te kunnen berieiken.
Tot de leefbaarheid voor Oelegem en omwonenden behoort ook de afwezigheid van geurhinder. Hier wordt amper iets over gezegd. Enkel overslag van producten worden in beschouwing genomen, ondanks het feit dat men over Seveso bedrijven spreekt in het ruimtelijk veiligheidsrapport. De zoneringskaart voor toxische gassen stopt aan het Albertkanaal. Over de overheersende windriching die gassen meevoert wordt niet gesproken.
De wijze van uitvoering van de 2e spoorontsluiting is nog niet vastgelegd, alhoewel dit ook impact heeft op het vrachtverkeer. Hoe kan men milieueffecten inschatten als de mobiliteit nog ter studie is?
Aanleg A102 Merksem – Wommelgem wordt voorlopig niet gerealiseerd maar wordt toch mee in overweging genomen voor de ontsluiting. En voor de zoveelste keer, hoe kan men milieueffecten inschatten als de mobiliteit nog ter studie is?

Er zijn heel wat leemten en onzekerheden betreffende de effectbepaling.

Het resulterende mobiliteitsgedrag is slechts een benadering van de werkelijkheid (…)
Wat schadelijk of ongewenst omgevingslawaai is moet nog worden vastgelegd.
Er kan geen objectieve bepaling gebeuren voor de receptoren visuele hinder.
De effecten op de aquatische fauna door de invloed van afstromend water (olie,KWS,strooizouten,..) is moeilijk in te schatten.

Eindbedenking

Wanneer aan de behoefte van 10.000 ha nieuwe bedrijfsterreinen in Vlaanderen uiteindelijk zal voldaan zijn, dan komt er een nieuwe behoefte van 10.000 ha. In Vlaanderen gaat het volbouwen van open ruimte aan onverminderd tempo verder. De immigratie ook.

Aangezien er thans een bevolkingstoename van 20% wordt gepronostikeerd, dienen deze nieuwe bedrijventerreinen ook voor de tewerkstelling van een steeds groter aantal immigranten.

De motivatie voor de bedrijventerrein ten noorden van E313 te Wommelgem-Ranst is de instandhouding van onze welvaart, maar is leefbaarheid niet een even belangrijke maatstaf voor onze welvaart? Als Ierland zeer welvarend is met 3,7 miljoen inwoners, waarom moeten wij dan op naar de 7 miljoen? Hoe zou Vlaanderen eruit zien met 3,7 miljoen inwoners?

De Club van Rome schreef in 1972 het rapport over ‘de grenzen aan de groei’. Blijkbaar is dit niet meer aan de orde.
Tot slot: We wonen nu nog redelijk landelijk in Ranst, maar als we dit toelaten, dan zullen we op een dag wakker worden midden in de stad. Onze vurige wens voor onze inwoners is dat ze dit nooit hoeven mee te maken.

René De Belder, fractievoorzitter

 
<